Genealogie verbindt mensen
Gelukkig had ik een afbeelding van de foto van mijn opa Kremer van mijn neef gekregen en ik herkende bij mijn opa Kremer het ‘wapen’ op zijn hoofddeksel: dat van de artillerie. En dat hij te paard zat, gaf ook al een indicatie. Uit overlevering wist ik ook dat opa ‘bij het paardenvolk had gezeten’. Dat maakte de zoektocht al wat kleiner maar nog steeds aanzienlijk. In de tijd van mijn opa was er nog sprake van de nationale militie en gingen mannen ongeveer op hun twintigste in dienst. Dat was voor opa op donderdag 28 september 1911 het geval. De dienstplicht of militie duurde officieel vijf jaar maar in de praktijk was dat een jaar met vervolgens twee herhalingen in de periode erna. Elk legeronderdeel in die tijd bestond uit regimenten. Aan het uniform van opa Kremer te zien viel de rijdende artillerie al af. Het moest de veldartillerie zijn geweest. Daar waren meerdere regimenten van. Bij het vierde regiment had ik in het jaar 1911 beet.
Opa Kremer had als lotingsnummer 4. Hoe lager het nummer, des te groter de kans dat je in dienst moest. De loting viel dus niet gunstig voor hem uit. Hij diende bij het 4e regiment veldartillerie als stukrijder. Als stukrijder zat je op een vd paarden aan de linkerkant van een 4- tot 10-span paarden die een stuk veldgeschut (kanon) voort trokken. In die tijd was dat vermoedelijk een kanon 7-veld. Die werden door een 4- tot 6-span paarden getrokken. Een voorbeeld van hoe dat er aan toe ging in die tijd kun je hier lezen. En hier nog een artikel over hoe artilleristen zouden moeten opstijgen.
Het 4e regiment was gelegerd in een kazerne (op dat moment nog zonder naam) die in 1908 was gebouwd in Ede. Dit werd later de Van Essenkazerne. Genoemd naar de uitvinder van de brisantgranaatkartets, een samenvoeging van de brisantgranaat met een kartets. Een regiment bestond vermoedelijk uit 3 afdelingen met drie batterijen met elk 4 vuurmonden (kanonnen). Dan had je dus 3 afdelingen x3 batterijen x4 vuurmonden = 36 kanonnen x4-6 paarden = 144 tot 216 paarden nodig. En dan nog meer paarden voor de munitietrein en staf. Dat moet een machtig schouwspel zijn geweest als dat hele gebeuren op oefening ging. De onderstaande foto van Cornelus Hartgers uit 1925 gemaakt op de Doesburgerheide laat dit goed zien (Bron: Gemeentearchief Ede).
In augustus 1914 (dus maar een jaar nadat hij afzwaaide) werd opa gemobiliseerd in verband met de eerste wereldoorlog en op 29 november 1917 ging hij met gewoon verlof. Die drie jaar zal een bijzondere tijd zijn geweest. Veel wachtlopen maar toch onder een bepaalde spanning. Stel dat de Duitsers wel een inval deden? In 1919 werd er een algehele demobilisatie afgekondigd. Daarna zat opa nog bij de bijzonder vrijwillige landstorm. Daar heb ik ooit nog een soort dank-document van gezien. Opa was trouwens 1.74 meter lang volgens de archieven.
Het geval wil dat ik zo’n 80 jaar later in 1993 op kwam voor militaire dienst bij de Elias Beeckmankazerne in Ede. Niet erg ver van de plek waar opa ook was geweest. Later kwam ik als telexist bij de 42e afdeling veldartillerie in Assen terecht. Dus ook bij de (veld)artillerie evenals opa, en een oom en een neef van mij.
We spannen ons in om ons onderzoek vast te leggen. Als u iets wil toevoegen, neem dan alstublieft contact met ons op.